De richting die nog geen weg is

We stellen ons balans vaak voor als een weegschaal waarvan beide schalen even zwaar zijn. Dan is er evenwicht. De beweging komt tot stilstand. Lasten en lusten keurig verdeeld. Dan is er eindelijk rust.

Maar ons leven is geen weegschaal. Het staat niet stil, het verandert onophoudelijk. En daarin is balans iets anders. Een beter beeld is dat van een fietser. Juist door in beweging te blijven blijft ze overeind. Als ze stopt, valt ze. Als ze botst, is ze te laat. Balans ontstaat niet door stilstand, maar door voortdurend afstemmen. Heuvelop anders dan bergaf, met tegenwind anders dan in de luwte.

Hoe stem je af?

Niet door te weten wat je moet doen, maar door op te merken wat er in jou verschuift. Daarmee komen we bij wat in de Lojong-traditie de eerste getuige wordt genoemd. Dat is niet de innerlijke stem die zegt wat goed of fout is en ook niet het eindeloze zelfonderzoek dat twijfel weg wil nemen of zelfrechtvaardiging zoekt.

De eerste getuige is eenvoudigweg dat wat in jou opmerkt dat er iets gaande is. Ze wijst je niet de weg, maar laat je ervaren dat er iets beweegt.

Je zegt ja tegen iets — terwijl er diep vanbinnen een klein ‘hmmm’ klinkt, een lichte terughoudendheid. Of je zegt nee, maar ergens in jou is er aarzeling, een tegenkracht, een onbestemd gevoel in je buik. Geen antwoord, geen oordeel. Iets dat je opmerkt, zonder te weten wat het betekent.

Soms noemen we dat intuĂŻtie. Achteraf zeggen we: ‘Zie je wel, ik wist het al.’ Maar dat weten komt met terugwerkende kracht. Wat er op het moment zelf is, is een stille beweging. Een aanwijzing dat er iets in jou resoneert, of juist wringt.

De valkuil is te denken dat je dat op het moment zelf had kunnen weten. Dat als je maar beter geluisterd had, het antwoord helder zou zijn geweest. Alsof er ergens een innerlijk stemmetje zit dat precies zegt wat je moet doen. En dat het jouw taak is om dat stemmetje op tijd te horen.

Maar wat als die stem er helemaal niet is? Wat als je iets anders te ontwikkelen hebt? Niet het vermogen om antwoorden te horen, maar het vermogen om te blijven bij wat nog geen antwoord is. Dat is waar deze oefening over gaat. Niet weten, maar opmerken. Niet kiezen op basis van zekerheid, maar ruimte maken voor het onzekere. Daarin ontstaat afstemming — niet als vaste koers, maar als voortdurende gevoeligheid voor richting.

IntuĂŻtie is niet de stem die zegt: ‘Doe dit.’ Ze zegt: ‘Let op. Hier gebeurt iets.’ Dat vraagt vertrouwen. Geen zekerheid, maar de bereidheid erbij te blijven. Zonder te grijpen naar oude reflexen, sociale verwachtingen of snelle overtuigingen.

IntuĂŻtie wijst niet de weg, maar een richting. Je kunt een besef van richting hebben, maar dan heb je nog altijd een weg te kiezen, want er zijn vele wegen die dezelfde richting gaan. IntuĂŻtie vraagt dan ook geen volgzaamheid, maar verantwoordelijkheid, de bereidheid om ruimte te maken voor wat zich aandient en daarbinnen je eigen keuze te maken. Niet uit zekerheid, maar uit betrokkenheid bij wat je als kloppend ervaart.

Scroll naar boven