Roddelen, afleren of beter leren?

Roddelen — dat hoor je niet te doen. Een ethisch appel dat ook in slogan 25 terugkeert: ‘Spreek niet over de gebreken van anderen.’ Maar hoe stop je daarmee? Roddelen heeft een slechte reputatie, maar het is hardnekkig, verleidelijk en soms zelfs opluchtend. Het lijkt ergens in te voorzien.

Die dubbelheid is de paradox van roddel.

We zien roddel vaak als iets duisters: destructief, kleinzielig, moreel gemakzuchtig. Maar recent onderzoek laat een ander beeld zien. Soms is roddel geen aanval, maar een waarschuwing: een poging om anderen te beschermen tegen misbruik of manipulatie. Soms is het geen kwaadsprekerij, maar een manier om spanning kwijt te raken wanneer we onrecht zien. En soms is roddel — hoe misleidend ook — een poging tot nabijheid: een wankele manier om verbinding te zoeken.

Zo kan roddel zelfs prosociaal zijn, mits intentie én inhoud gericht zijn op het welzijn van de groep of betrokkenen.

Dat maakt roddelen niet goed, maar wel begrijpelijk.

Wat roddelen zo lastig maakt, is dat het twee tegengestelde bewegingen bevat: het verlangen om afstand te scheppen én het verlangen om dichtbij te komen. Wanneer we over iemand praten in plaats van met iemand spreken, houden we de echte ontmoeting op afstand. Maar tegelijkertijd zoeken we verbinding met degene die luistert. Roddelen creëert scheiding om nabijheid te realiseren — een vreemde kronkel in ons gedrag.

De uitnodiging is niet om jezelf te straffen, maar om nieuwsgierig te worden: Wat probeer ik te beschermen? Wat wil ik kwijt? Wie heeft dit eigenlijk nodig om te horen?

Helemaal afzien van spreken over anderen kan zelfs contraproductief zijn. We verliezen belangrijke signalen, ontkennen groepsdynamiek en maken gemeenschappen fragieler door spanning níet bespreekbaar te maken. Het gaat dus niet om alles te zeggen of door te geven, maar om beter te spreken — met de juiste intentie, openheid en eerlijkheid.

De paradox van roddel is dat het ons tegelijk wegleidt van elkaar én ons iets wil vertellen over hoe we elkaar juist kunnen vinden. Misschien begint ethiek niet bij het onderdrukken van roddel, maar bij het herkennen van die beweging — en bij het zoeken naar een vorm van spreken die minder over anderen gaat, en meer met elkaar.

Scroll naar boven