Voel jij maar eens wat ik voel

‘Als het straks beter gaat’, zingt André Hazes, ‘hoop ik dat je voor me staat. En dan zie ik jou niet meer staan. En zeg dat je beter kunt gaan.’ Dat is wrok. Het verlangen dat een ander lijdt zoals jij lijdt. En het liefst nog een beetje meer.

Wrok kun je ervaren als reactie op onrecht — als je wordt opgelicht, of als je door roekeloos gedrag van een ander gewond raakt. Maar ook als je verlaten wordt of je in de steek gelaten voelt. Dan kun je verteerd worden door fantasieën over vereffening, door boosheid en verdriet. Door de gebeurtenis steeds opnieuw op te roepen raak je gevangen in het verleden. Met vergelding als enige uitweg.

Wrok is meer dan boosheid. Boosheid komt en gaat. Wrok blijft. Het is een manier waarop je je verhoudt tot wat er gebeurd is: met je gedachten, je gevoelens, en een lichaam dat zich onophoudelijk aanspant. Wrok is een houding. Een houding die op den duur schadelijk is voor lichaam en geest, door de stress die ze met zich meebrengt.

Waar komt wrok vandaan? Daar zijn verschillende antwoorden op. Het eerste ziet de oorzaak in boosheid. Wrok ontstaat doordat boosheid wordt ingeslikt, vermeden, niet verwerkt. De remedie is dan de boosheid te erkennen, te voelen en te uiten. Laten we dit het psychologische model noemen. Het voelt ongetwijfeld vertrouwd. Het wil de wrok wegnemen door de oorzaak weg te nemen: de boosheid.

Het psychologische model richt zich op de emoties die met wrok gepaard gaan. Het Lojong-model daarentegen, ziet de bron van wrok niet in boosheid, maar in het verlangen dat de ander voelt wat jij voelt. Bij wrok is dat verlangen gericht op lijden. Maar dat is lang niet altijd zo. Als je een goed boek hebt gelezen, raad je het anderen aan, omdat je wilt dat zij zich voelen zoals jij je voelde. Je beveelt een restaurant aan omdat je een ander de ervaring gunt die jij zelf had. En in samenzijn zoek je vaak bevestiging dat de ander voelt wat jij voelt. Dan voel je je gehoord en gezien.

Het verlangen dat de ander voelt wat jij voelt is op zich niet problematisch. Integendeel. En het is niet iets dat je wilt wegnemen. Hoe kun je wrok dan loslaten, zonder aan de basis ervan te tornen?

De beweging die Lojong cultiveert kun je omschrijven als het verleggen van de bedding waarin je energie stroomt. Wrok stuurt je aandacht en energie naar het vergroten van het lijden van de ander. Kun je diezelfde aandacht en energie niet ook richten op het vrij zijn van lijden?

Tonglen is de oefening in die omkering. Je ademt wat moeilijk en zwaar is in — dat wil zeggen, je houdt het bij je. Je ademt wat licht en helend is uit.

Ook Tonglen vertrekt vanuit de wens dat een ander voelt wat jij voelt. Alleen verandert de richting. In plaats van je pijn op de ander af te wentelen, gebruik je je eigen ervaring van pijn als brug naar de ander.

Je weet hoe verdriet voelt. Hoe afwijzing voelt. Hoe machteloosheid voelt. En juist daarom wens je de ander toe vrij te zijn van datzelfde lijden.

Slogan 49 zegt niet dat je je wrok moet bestrijden. Ze nodigt uit tot iets anders. Niet tot minder betrokkenheid, maar tot een andere richting van betrokkenheid.

Dezelfde energie. Een andere bedding.

Scroll naar boven