Hoe loop jij op de zaken vooruit?

Zet je je weleens schrap? Ogenschijnlijk rustig, maar vanbinnen paraat. Je wacht. Niet zomaar, maar op iets. Op die ene opmerking. Dat kleine gebaar.

Dat is wachten in een hinderlaag.

Een hinderlaag is geen uitbarsting en geen conflict. Het is een vooraf ingenomen positie. De constructie die je al hebt opgebouwd vóórdat er iets gebeurt.

ā€˜Leg geen hinderlagen’, slogan 32 uit de training van de geest (Lojong), nodigt uit te onderzoeken op welke manieren we vooruitlopen op wat nog niet heeft plaatsgevonden.

Misschien door te leven alsof het leven ons iets verschuldigd is. Alsof we ons voortdurend moeten voorbereiden op onrecht, miskenning of teleurstelling. Daardoor zijn we steeds net te gespannen, net niet open.

Ook in relaties gebeurt dit vaker dan we denken. We onthouden wat de ander ooit zei. We registreren wat niet klopt. We houden oude wrok, teleurstelling of wantrouwen paraat — niet om te begrijpen, maar om het later te kunnen inzetten.

Of stel je voelt je onheus bejegend. Er gebeurt iets wat als bedreigend of onrechtvaardig aanvoelt. Nog voordat er iets is uitgesproken, vlieg je er in gedachten al op af. Om de ander aan te spreken, bij zinnen te brengen, aannames te ontmaskeren, argumenten te weerleggen — en vooral om het laatste, beslissende woord te hebben.

Dat gesprek speelt zich steeds opnieuw af in je hoofd. Keer op keer loop je langs mogelijke tegenwerpingen, alsof je grip wilt krijgen op het heden door de toekomst te bezweren.

Maar ondertussen zijn we er niet echt. Niet bij de ander. Niet bij dit moment.

Ons hoofd is onze voeten ver vooruit.

De oefening hier is eenvoudig, maar niet makkelijk: niet alvast reageren op iets dat nog niet gebeurd is. Je hoofd houden waar je voeten zijn.

Merk op hoe snel je al paraat staat. Hoe snel je innerlijk in dekking gaat. En hoe vermoeiend dat eigenlijk is.

Niet leven vanuit verdediging. Niet oefenen met argumenten voordat er een gesprek is. Niet alvast gelijk halen in stilte.

Rutger Kopland verwoordde het zo:

Ga nu maar liggen liefste in de tuin,
de lege plekken in het hoge gras, ik heb
altijd gewild dat ik dat was, een lege
plek voor iemand, om te blijven.

Reflectievraag
Wanneer wordt voorbereiding anticipatie — en wanneer niet?

Scroll naar boven