We hopen vaak in het klein, soms in het groot. Dat de vergadering goed gaat, dat je een uitnodiging krijgt voor een tweede gesprek, dat je pakketje op tijd bezorgd wordt, dat het droog is als je straks op de fiets stapt. Is hoop altijd behulpzaam? Slogan 28, ‘Heb geen hoop’, nodigt uit om daar secuur naar te kijken.
Hoop richt zich, kenmerkend, op één gewenste uitkomst. Daarmee vernauwt ze je blik en stuurt ze je emotionele reacties. Die ene uitkomst wordt maatgevend: dit is wat ‘goed’ is. Wat daarbuiten valt, stelt teleur. Hoop fixeert het beeld dat je van de toekomst maakt.
Een tweede kenmerk van hoop is dat ze betrekking heeft op een toekomstige gebeurtenis waar je zelf geen directe invloed op hebt. Je kunt hopen dat je partner vanavond kookt, maar het is vreemd om te hopen dat je zelf kookt. Dat doe je of dat doe je niet — dat ligt in jouw hand. Je kunt wél hopen dat je tijd hebt om te koken, bijvoorbeeld als het druk is op de weg en je niet weet of je op tijd thuis zult zijn. Dat zijn omstandigheden waar je zelf geen zeggenschap over hebt.
Hoop is zo gezien een gefixeerd verlangen dat je niet zelf kunt vervullen. Die combinatie zet niet alleen de deur op een kier voor teleurstelling, maar ook voor verwijt. ‘Ik had zo gehoopt dat je zou komen.’ Het kan strelen als iemand dat zegt, maar het kan ook een schuldgevoel oproepen, alsof je tekortschiet.
Wie hoopt, laat de vervulling van eigen wensen over aan anderen — en ervaart daar soms zelfs een zekere opluchting bij. Hoop is de positieve ervaring van onmacht. Natuurlijk ligt er veel buiten onze macht, maar dat besef hoeft ons niet blind te maken voor wat we wél kunnen doen. In plaats van te hopen op een betere wereld, kun je je richten op wat jij hier en nu kunt bijdragen.
In de slogan ‘Heb geen hoop’ kun je daarom een oefening horen: gebruik elk moment waarop je jezelf ziet hopen als aanzet tot een streven. Wat kun je zelf doen om de vervulling van je wens dichterbij te brengen? Soms ligt dat voor de hand. Als ik hoop dat ik op tijd ben, kan ik eerder vertrekken of een andere route nemen. Als ik hoop dat mijn vrouw vanavond kookt, kan ik haar dat vragen. Dat biedt geen garantie — ze kan ‘nee’ zeggen — maar het schept wel helderheid. En als het duidelijk is hoef je ook niet meer te hopen en bespaar je jezelf een teleurstelling.
Soms vraagt het meer creativiteit. Als ik hoop dat het morgen mooi weer is, hoe vertaal ik dat naar een streven? Ik kan mijn regenkleding alvast uit de kast halen of nadenken over een alternatief voor als het weer tegenzit. Waar hoop blijft steken in afwijzing van wat er is, krijgt streven juist vorm door gebruik te maken van wat beschikbaar is. Streven is een praktische vorm van acceptatie en je verantwoordelijkheid nemen. Hoop laat die verantwoordelijkheid aan anderen.
Reflectievragen
- Kun je hoopvol zijn zonder verwachting?
- Als alles voortdurend beweegt en verandert en — het Taoïstisch perspectief volgend — elk extreem het tegendeel oproept, wat is dan hoop?