‘Misschien vergis ik me, maar vind jij ook niet dat ze er moe uitziet?’
Zinnen als deze klinken onschuldig. Betrokken zelfs. Ze lijken zorgzaam, voorzichtig, bijna empathisch. En juist daarom ontsnappen ze zo makkelijk aan onze aandacht.
Maar stel je nu voor dat je leidinggevende dit tegen jou zegt over een andere manager. En dat hij een week later, over diezelfde persoon, opmerkt: ‘Ik heb haar al een paar dagen niet gezien, zou ze ziek zijn?’ Dan beginnen de woorden hun onschuld te verliezen.
Voordat je het doorhebt, vormt zich in jou een beeld: zij is overbelast. Het gevolg is dat je haar minder snel benadert. Dat je een lastige suggestie minder serieus neemt. Dat je haar gedrag verklaart vanuit vermoeidheid, nog voordat je haar werkelijk hebt ontmoet.
Dit is een voorbeeld van kwaadspreken.
Kwaadspreken is de taal zo gebruiken dat het vertrouwen in een ander — die niet bij het gesprek aanwezig is — wordt ondermijnd. Door suggesties, halve waarheden en ogenschijnlijk onschuldige vragen raakt de reputatie van de ander beschadigd.
Kwaadspreken hoeft niet grof of agressief te zijn. Het kan zacht klinken. Redelijk. Betrokken. Juist daardoor is het zo effectief — zoals Shakespeare op meeslepende wijze laat zien in Othello.
Othello is een succesvolle generaal die in het geheim getrouwd is met de jonge Desdemona. Het is een goed huwelijk, al schuurt het maatschappelijk op verschillende manieren. Iago is een ambitieuze vaandrig die onder Othello dient. Wanneer niet hij, maar Cassio de promotie krijgt waar hij op aasde, besluit Iago wraak te nemen.
Hij begint een campagne om Othello ervan te overtuigen dat Desdemona een affaire heeft met Cassio. Iago beschuldigt hen niet openlijk. Hij suggereert. Hij fluistert. Hij verpakt zijn woorden als zorg en terughoudendheid.
‘Ik kan me vergissen…’
‘Doe ik er wel verstandig aan om dit te zeggen?’
‘Het is vast niets, maar…’
Stap voor stap, woord voor woord, ondermijnt Iago het vertrouwen van Othello in Desdemona. Het gevolg is dat de relatie tussen hen verandert. Othello praat steeds minder met zijn vrouw en steeds meer over haar. In wat zij zegt zoekt hij naar aanwijzingen; als zij zwijgt, is dat evenzeer verdacht.
Uiteindelijk raakt hij volledig bevangen door het beeld dat Iago in hem heeft opgeroepen en vermoordt hij Desdemona in haar slaap. Wanneer Othello kort daarna inziet hoe hij is misleid, vervalt hij tot wanhoop en slaat de hand aan zichzelf.
Kwaadspreken is wantrouwen oproepen zonder het uit te spreken, afstand creëren zonder open conflict en twijfel zaaien zonder verantwoordelijkheid te nemen. De gevolgen spelen zich elders af; de spreker blijft buiten schot. Ogenschijnlijk althans. Want uiteindelijk wordt Iago wel degelijk ter verantwoording geroepen voor zijn aandeel in de gebeurtenissen.
Slogan 31 — ‘Spreek geen kwaad over anderen’ — nodigt uit om je bewust te zijn van de uitwerking van je woorden en vraagt om relationele zorgvuldigheid. Ook mooie woorden kunnen een lelijke uitwerking hebben. Ondermijnen jouw woorden het vertrouwen — en daarmee de ruimte die we elkaar geven? Of scheppen ze ruimte en geven ze anderen én jezelf de mogelijkheid elkaar werkelijk te ontmoeten?