Samen goed zijn

Verantwoordelijkheid voelt vaak als iets zwaars: iets waarvoor je moet opdraaien, iets wat je wordt opgedragen. Maar in een diepere zin is verantwoordelijkheid verbonden met vrijheid. Vrijheid om te kiezen hoe je met een situatie omgaat. Vrijheid om niet automatisch te reageren, maar om een bewuste keuze te maken.

Die vrijheid begint niet pas wanneer er iets gebeurt. Ze ontstaat eerder, bij je intentie. Een intentie is de keuze die voorafgaat aan de omstandigheden die om jouw antwoord vragen. Het is je innerlijke kompas — nog voordat de storm losbarst, weet je al welke richting je op wilt gaan.

In het boeddhisme staat er één intentie centraal. Die wordt bodhicitta genoemd, letterlijk ‘de geest die gericht is op wakker worden’. Die geest, zo wordt gedacht, komt tot uitdrukking in het verlangen om alle levende wezens te bevrijden. Dat klinkt groot en misschien wat abstract. Het helpt om bodhicitta te zien als: aandacht hebben voor het welzijn van allen.

‘Allen’ heeft, meer dan ‘alle levende wezens’, een dynamisch karakter. ‘Allen’ is ook: allen hier aanwezig. Dat kunnen de mensen zijn die samen in de zendo zitten, die gezamenlijk aan een project werken, of de groep mensen die op de tramhalte staat te wachten en tegelijkertijd de aangekomen tram in wil stappen.

Wat de samenstelling van de groep ook is, jij maakt daar altijd deel van uit.

Wat kun je doen dat bijdraagt aan het welzijn van allen? Zelfopoffering valt af. Daar heeft een ander misschien baat bij, maar jijzelf niet. Het gaat niet om jezelf wegcijferen, maar om handelen op een manier die ten goede komt aan allen — de ander én jezelf.

Wat iedereen direct ten goede komt, is een verbetering van de kwaliteit van de interactie. Als die toeneemt — meer openheid, respect, flexibiliteit, vriendelijkheid — heeft iedereen daar baat bij.

Je zou kunnen zeggen dat dit een dynamische invulling is van het welzijn van allen. Vaak denken we daar statisch over: als er aan bepaalde randvoorwaarden is voldaan, dan komt het goed. Dan denk ik bijvoorbeeld, dat als mijn dochter maar een baan heeft, ze zich beter zal voelen. Maar die gerichtheid op randvoorwaarden kan de kwaliteit van de onderlinge relatie onder druk zetten. Stel dat ik haar bestook met vacatures, afspraken voor haar maak met mensen uit mijn netwerk en haar onder druk zet om haar cv te verbeteren — dan verliest ons contact aan ruimte en vertrouwen, juist terwijl ik denk haar te helpen.

Het doel heiligt de middelen niet — de middelen zijn het doel. Bodhicitta is geen taak, maar een voortdurende oefening in bijdragen aan de kwaliteit van de interactie. Met andere woorden: Bodhicitta is niet zorgen dat het goed komt — bodhicitta is goed zijn, samen, precies in dit moment, hoe onvolmaakt ook.

Scroll naar boven