Je raakt jezelf niet van het ene op het andere moment kwijt. Dat gaat stapsgewijs. In geen van die stappen gebeurt het echt — maar alle stappen samen kunnen je brengen op een plek waarvan je je op een dag vertwijfeld afvraagt: hoe ben ik hier in hemelsnaam terechtgekomen?
De eerste getuige is het vermogen om op te merken wanneer je op het punt staat zo’n stap te zetten. Ze zegt niet wat je moet doen. Ze zegt ook niet dat het fout is. Maar ze maakt je opmerkzaam: dit is anders dan anders, het klopt niet helemaal. Ze nodigt je uit te onderzoeken wat, in dit moment en deze situatie, een passende keuze zou kunnen zijn.
Misschien voel je dat als een aarzeling. Of als een licht ongemak. Een gevoel van afstand, of juist van ongewone nabijheid. De eerste getuige laat je weten dat jouw mogelijkheden en beperkingen op dat moment niet goed matchen met wat de situatie van je vraagt. Er kan te veel van je gevraagd worden — maar ook te weinig. Misschien wordt er een beroep gedaan op vaardigheden die je niet liggen, terwijl jouw werkelijke talenten worden genegeerd. Er is geen afstemming.
Hoe stem je af? Niet door een vaste route te volgen, maar door richting te voelen. Er zijn vele wegen die dezelfde richting gaan. Oefenen betekent telkens opnieuw voelen of je nog meebeweegt met wat klopt.
Slogan 21, “Houd er plezier in”, past wonderwel bij die beweging. Want plezier is misschien wel de meest onderschatte graadmeter voor afstemming.
We hebben geleerd om plezier te wantrouwen. Het zou lichtzinnig zijn. Oppervlakkig. Alsof serieus leven en vreugde niet samen kunnen gaan.
Maar kijk naar de Dalai Lama en Desmond Tutu — misschien wel de vrolijkste mensen ter wereld. Hebben zij reden om vrolijk te zijn? De Dalai Lama leeft al decennia in ballingschap. Desmond Tutu groeide op in een door apartheid verscheurd land. En toch: hun ogen lachen. Niet uit ontkenning. Niet om het leed weg te lachen. Hun vrolijkheid is geen frivoliteit of afleiding. Het is hun kracht, hun bedding. Ze weten dat als je jezelf niet verliest in zwaarte, je het lijden veel beter kunt dragen.
Hun glimlach is geen gevolg van comfort, maar een bron van kracht. Het is een houding. Een openheid. Een vorm van aandacht, waarin voelen, denken en handelen samenvallen.
Als plezier een houding is, kun je het ontwikkelen. En precies dat is waar zenbeoefening over gaat: het vermogen cultiveren om onder alle omstandigheden contact te kunnen maken met je levensvreugde. Om wat er ook op je pad komt met openheid tegemoet te treden. En ja — ook met plezier.
Dat is geen naïef optimisme, maar het openen van ruimte. Voor compassie en helderheid. Voor lichtheid die draagt in plaats van ontkent.
De ultieme eenheidservaring? Samen lachen. Dan zijn er even geen ego’s. Geen verhalen. Geen rollen. Alleen lachen. En als je uitgelachen bent, hervind je jezelf — en gaat het leven verder. Maar de herinnering blijft.
Laten we veel van die herinneringen kweken.