Waar ontstaat vertrouwen?

‘Ik-maken’ en ‘mijn-maken’ zijn woorden die in het boeddhisme gebruikt worden waar wij ‘ego’ zouden zeggen. We praten over ego alsof het een ding is dat je hebt. Iets dat groot of klein kan zijn, en dat soms in de weg zit. ‘Ik-maken’ daarentegen verwijst naar een proces — iets dat zich steeds opnieuw voordoet.

‘Ik-maken’ wil zeggen dat er een ‘ik’ verschijnt als onderdeel van je ervaring, waarop vervolgens alles wordt betrokken. Samen theedrinken bijvoorbeeld, is een ervaring van kopjes, thee, inschenken, aanreiken. Aan die ervaring kan een ‘ik’ worden toegevoegd: een ‘ik’ dat gekrenkt is omdat het als laatste een kopje krijgt, of teleurgesteld omdat de pistache macarons op zijn.

Dat ‘ik’ verschijnt niet neutraal. Het komt gekleed in verwachtingen, verlangens en overtuigingen en gedraagt zich als de maat der dingen: Wat vind ík hiervan? Gaat het wel zoals ík wil? Moet ík ingrijpen? Kan ík dit wel loslaten? En bijna ongemerkt ontstaat de neiging om te controleren, bij te sturen en te corrigeren. En waar controle begint, verdwijnt vertrouwen.

Vertrouwen geven betekent ruimte geven. Zodat een ander het kan doen op haar manier, in zijn tempo, volgens haar ritme. Ook als dat anders is dan het jouwe. Met zelfs de mogelijkheid dat het resultaat niet is wat je had verwacht — en toch werkbaar of zelfs goed kan zijn.

Vertrouwen geven is terughoudendheid betrachten en tegelijk beschikbaar blijven. Niet om te sturen, maar om te steunen. En alleen als daarom wordt gevraagd.

Vertrouwen geven vraagt om loslaten. En loslaten brengt onzekerheid met zich mee. Het is een uitnodiging aan de ander om verantwoordelijkheid te nemen, zonder garantie dat dat ook gebeurt.

Kun je die onzekerheid dragen? Of merk je hoe je haar probeert te vermijden — door op subtiele of slinkse wijze toch te controleren?

Vertrouwen ontstaat niet omdat jij besluit: ik ga nu vertrouwen. Het ontstaat wanneer de beweging van ‘ik-maken’ stokt. Dan verschuift er iets. De situatie hoeft niet meer aan jouw verwachtingen te voldoen. De ander hoeft niet meer jouw manier te volgen. Jij hoeft niet meer de doorslaggevende factor te zijn.

Er ontstaat ruimte voor wat zich aandient. Voor wat er gebeurt zonder dat jij het vooraf hebt bepaald.

De slogans van Lojong moedigen dat vertrouwen aan. Niet door iets toe te voegen, maar door de ik-makende beweging te onderbreken. Niet door je te leren wat je moet voelen of doen, maar door zichtbaar te maken waar je jezelf in het midden plaatst — en je daar net even uit te halen.

Vertrouwen is niet iets wat je doet, maar iets wat kan verschijnen wanneer je niet steeds opnieuw een ‘ik’ maakt. Wanneer die beweging even stilvalt — al is het maar kort — valt er iets open. En daarin krijgt de ander ruimte, hoef jij minder te dragen, en kan het leven zich ontvouwen.

Scroll naar boven