Soms voelt iets niet kloppend. Je zegt iets â en meteen voel je: dit ben ik niet. Of je doet iets wat je eigenlijk niet wilde doen, en ergens voel je: hier verlies ik mezelf. Misschien noem je dat dan ‘onecht zijn’. Je deed iets wat niet bij je paste. Je was jezelf niet.
Maar wie ben je dan wél?
In de training van de geest gaat het niet om jezelf vinden, maar om loslaten wat je denkt dat je bent. Onecht zijn is niet iets doen wat niet bij je past. Onecht zijn is jezelf vastzetten in een vorm, een zelfbeeld dat je vervolgens âjezelfâ noemt. Echt zijn betekent niet dat je een vaste kern vindt die je vervolgens trouw blijft. Echt zijn is vorm kunnen geven zonder te verstarren. Steeds opnieuw.
Je hebt karaktertrekken, en in de loop van je leven heb je gewoonten ontwikkeld. Maar zodra je zegt: âZo ben ik nu eenmaalâ, zet je jezelf vast. Dan is er nog maar één richting te gaan, één manier waarop je jezelf kunt begrijpen. Je mist de signalen als het een keer anders is. Niemand is altijd kalm, altijd onzeker of altijd daadkrachtig. En dat hoef je ook niet te zijn.
We verlangen vaak naar echtheid. Naar iets dat klopt â iets wat âvan onszelfâ is. Iets dat houvast geeft, en ons gedrag bijna vanzelf rechtvaardigt. Maar juist dat verlangen kan ons gevangen zetten. Want zodra je echtheid probeert te pakken, wordt het een beeld. Iets wat je moet bereiken. Iets wat je kunt verliezen. Je raakt dan verstrikt in het proberen te voldoen aan dat beeld. En als dat niet lukt, voel je je onecht. Alsof je tekortschiet, of door anderen tekort wordt gedaan omdat je niet jezelf kunt zijn.
De slogan Wees niet onecht keert dat om. Het is geen opdracht om op zoek te gaan naar wat wĂ©l echt is. Het is een uitnodiging om te stoppen met het vastzetten van jezelf. Stoppen met âdoen alsofâ is niet hetzelfde als âjezelf zijnâ. Het betekent niet iets hoeven zijn. Niet iets hoeven vasthouden, verdedigen of bewijzen. Je hoeft alleen niet te verstarren en dan ben je, wat je op een bepaald moment ook denkt, doet of voelt, altijd echt.
In de praktijk betekent dat ook ruimte maken voor tegenstrijdigheden. Je kunt op het kussen de intentie voelen om zacht en open te zijn, en diezelfde middag je geduld verliezen in het verkeer. Dat is niet onecht. Dat is leven. Het betekent niet dat je intentie verdwenen is. Alleen dat je oefening doorgaat.
Wees niet onecht betekent: terugkeren naar je intentie, zonder jezelf af te wijzen. Laat het beeld los van hoe je zou moeten zijn. Laat de vorm los waarvan je dacht dat het moest. En keer terug. Niet om âechtâ te zijn, maar om te oefenen. Om opnieuw vorm te geven aan wat zich aandient.