Het Japans kent het karakter ma. Het betekent tussenruimte, zoals de stilte tussen twee noten of de open plek in een zen tuin. Het is geen lege ruimte, maar ruimte die bijdraagt. Ma hoeft niet ingevuld te worden, niet geweten. Het is de ruimte waarin iets kan gebeuren.
Er is ook tussentijd. De tijd waarin het oude voorbij is, maar het nieuwe er nog niet is. Als je in de file staat bijvoorbeeld, of wacht op een trein met onbekende vertraging. Of wanneer de orde in de wereld zoals je die kende plotseling begint te schuiven. Tussentijd is een tijd van overgang, van veranderen. Je voelt dat er iets aankomt, maar je weet niet wat.
Dat niet-weten maakt vaak onrustig. Het gevoel dat je grip verliest. Dat activeert je stresssysteem. We zijn voortdurend bezig te scannen of we veilig zijn – maar liefst vijf keer per seconde. Je checkt onophoudelijk waar je staat ten opzichte van anderen, of je kunt voorspellen wat er gaat gebeuren, of je enige invloed hebt over je leven, of je erbij hoort, of jij en anderen rechtvaardig worden behandeld. Zodra hierover ook maar een zweem van twijfel ontstaat, schiet je systeem in de stressstand.
Daar is niet veel voor nodig. Eén kopje te weinig op het dienblad tijdens de theeceremonie volstaat. Met dat lege blad in je handen komen er uit het niets gedachten en emoties op. Had je dit kunnen, misschien zelfs moeten voorkomen? Hoe los je dit goed op? Wat vinden anderen hiervan? Je wordt geraakt in je behoefte aan voorspelbaarheid, autonomie en verbondenheid. Ook al weet je ergens wel dat dit nergens over gaat, toch gebeurt het.
Dat ons stresssysteem zo snel en makkelijk aanslaat is een biologisch gegeven. Wat geen gegeven is, is wat we vervolgens doen. Wanneer het stresssysteem actief is, kunnen we niet meer helder denken of waarnemen. Emoties nemen het over en dat polariseert.
Zo word je geraakt, en telkens maak je daar iets van. Meestal op basis van ingesleten gewoonten en oude verhalen. Maar kun je ook verblijven in de ruimte vóór die gewoonte zich afspeelt? Kun je iets anders toelaten?
Mediteren helpt je om je bewust te worden van de ruimte tussen geraakt worden en reageren. Het is oefenen in ma, oefenen om in die tussenruimte te verblijven zonder direct over te hellen naar een positie. Meditatie is vormgeven aan de vrijheid die je hebt om even niet te reageren, even ruimte te scheppen, het even aan te zien. En in dat even kan er iets nieuws ontstaan.
Meditatie is oog ontwikkelen voor wat er door je heen wil bewegen, wat zich in jou begint te roeren, wat om aandacht, ruimte en vertrouwen vraagt. Je hoeft het niet te benoemen. Je hoeft het niet te begrijpen. Alleen maar ruimte maken. Zacht zijn. Geduldig zijn. Luisteren. Of, in de woorden van zenmeester Yvonne Visser: ‘laat de levenslust door je heen gaan en bemoei je er niet mee.’