Leven met open handen

Het is belangrijk om aandacht te hebben voor je behoeften. Eten, drinken, op gezette tijden rust nemen of waardering krijgen zijn essentieel – ze maken je leven mogelijk. Maar de vervulling van je behoeften geeft nog geen richting aan je leven. Dat doen je verlangens. Het verschil kunnen ervaren tussen een behoefte en een verlangen is de eerste stap om in contact te komen met je innerlijke kompas. Slogan 18 van Lojong – ‘Oefen zowel om te leven als om te sterven’ – is de tweede stap. Dat onderzoek begint misschien wel met de vraag: Wat heb je nodig om op een goede manier te sterven?

We zijn sterfelijk, maar weten niet hoe of wanneer ons leven zal eindigen. Misschien word je overvallen door de dood en gaat het snel. Misschien duurt het maanden. Je weet ook niet of je veel pijn zult hebben, of je geest helder blijft. Daar heb je geen regie over.

Kun je je dat voorstellen zonder het groter te maken dan het is? Kun je ernaar kijken zonder paniek, zonder angst, zonder het gevoel dat er nog van alles onaf is? Wat heb je nodig om zo te kunnen sterven? Dat je kunt loslaten? Je kunt overgeven? Je kunt openen voor wat onbekend is?

En kun je dat nu al? Want juist op het moment van sterven – in het grote onbekende – zijn het niet je idealen die je dragen, maar je diepst ingesleten gewoonten. De gewoonten waarop je straks wilt kunnen vertrouwen, moet je nu ontwikkelen en versterken. Wat kun je nĂș al oefenen, zodat je straks kunt loslaten?

Stilstaan bij je sterfelijkheid brengt verstilling met zich mee. Je behoeften komen tot rust, en langzaam wordt voelbaar wat er werkelijk toe doet. Je zou het verbinding kunnen noemen, of samen-zijn. Vaag en onscherp – zoals verlangens vaak zijn – en toch voelt het wezenlijk. Hoe maak je van dat verlangen je kompas? Hoe herinner je het je, midden in de grilligheid van het dagelijks leven?

Ook in de leer van de Boeddha klinkt dat verlangen door. Hij zei: ‘Ik onderwijs slechts één ding: dukkha en de beĂ«indiging van dukkha.’ Het verlangen naar verbinding bracht hij tot uitdrukking in het verlangen om dukkha te beĂ«indigen.

De oorzaak van dukkha is de projectie van een ‘zelf’ – een beeld van wie je zou moeten zijn. Een beeld dat je laat voelen dat je tekortschiet. Dat je isoleert, klein maakt, en je aandacht naar binnen trekt – op alles wat ontbreekt – met de aanmoediging om jezelf te verbeteren.

Het verlangen dukkha te beëindigen is het verlangen om uit dat isolement te treden. Niet door jezelf te verbeteren, maar door bij te dragen aan het welzijn van anderen. Omdat dat gelukkig maakt.

Slogan 18 nodigt je uit om dat verlangen – om te verbinden, bij te dragen, en vrij te worden van dukkha – tot het hart van je oefening te maken. Niet als ideaal voor later, maar als iets om nu mee te oefenen. Want wie wil sterven met open handen, zal moeten leren leven met open handen. Wat vraagt het vandaag van jou, om met open handen te leven?

Scroll naar boven