Onzekerheid en zelfkritiek

Stel je voor dat je maanden geleden een boek hebt geleend van een goede vriend en je er opeens van bewust wordt dat je het nooit hebt teruggegeven. ‘Oei,’ denk je, ‘dat is niet goed’. Dit besef kan je motiveren om het boek alsnog terug te geven met misschien een kleine attentie ter verontschuldiging. In deze vorm is zelfkritiek functioneel en ligt aan de basis van je morele kompas. Juist dat het niet goed voelt dat je het boek nog steeds hebt zet je ertoe aan om het terug te geven in het besef dat dat zowel jezelf als de ander ten goede komt. Deze vorm van zelfkritiek, die je ook ‘geweten’ zou kunnen noemen, is een uitdrukking van wederzijds respect voor de ander én jezelf. Ze is constructief en als je je gedrag aanpast ebt ze weer weg.

Zelfkritiek kan echter ook een heel andere gedaante aannemen, een destructieve vorm waarin je gevangen raakt. Denk aan de aanloop naar een publiek optreden. Onzekerheid bekruipt je: zal het goed gaan? Wat zullen de reacties zijn? Dat is een naar gevoel. Lang heb ik gedacht dat dat zal verdwijnen als ik meer weet en meer ervaring heb. Inmiddels weet ik meer en hb ik meer ervaring. Dat nare gevoel echter, is er nog steeds. Hoe kan dat? Weet ik nog niet genoeg? Moet ik nog meer ervaring opdoen? Zijn er andere vaardigheden die ik ontbeer? Moet ik nóg beter worden? Het verlangen om het ongemak van onzekerheid te laten verdwijnen zet aan tot onophoudelijke zelfverbetering, maar steeds zonder succes. Dit voedt de hardvochtige stem van zelfkritiek en de carrousel blijft draaien.

Kenmerkend voor deze destructieve vorm is dat ze niet verdwijnt, hoeveel je ook bereikt. Complimenten, erkenning, prestaties – niets legt de innerlijke criticus het zwijgen op. Bovendien gaat ze hand in hand met schaamte. Je onzekerheid wil je verborgen houden, waardoor het lijkt alsof jij de enige bent die hiermee worstelt. Dit gevoel van isolatie maakt de last nog zwaarder: je lijdt onder je kritiek en ziet dat lijden weer als een bewijs van je tekortkoming.

In de kern veronderstelt destructieve zelfkritiek dat onzekerheid een probleem is dat moet worden opgelost. Dat het duidt op een zwakte, een gebrek dat je moet overwinnen. Die veronderstelling leidt tot een vicieuze cirkel:
Onzekerheid → probleem → zelfkritiek → poging het probleem op te lossen → lukt niet → onzekerheid → probleem → zelfkritiek → …

Het boeddhistische perspectief is anders. De ervaring van onzekerheid wordt niet gezien als een tekortkoming, maar als een vrij accurate inschatting van hoe het leven werkelijk is. De wereld en wijzelf zijn voortdurend in verandering. En onzekerheid is inherent aan verandering.

Wat als we onzekerheid niet zien als een vijand die bestreden moet worden, maar als een natuurlijk onderdeel van het leven? Als iets waarmee we kunnen leren leven, in plaats van er tegen te vechten? Dit vraagt een andere benadering van zelfkritiek: niet als een meedogenloze aanklager, maar als een leermeester.

De functionele vorm van zelfkritiek helpt je groeien, zonder je te verlammen. Ze stelt vragen als: Wat kan ik hieruit leren? Hoe kan ik mezelf verbeteren op een manier die me versterkt in plaats van uitput? Dit soort zelfonderzoek is niet gericht op zelfafwijzing, maar op ontwikkeling.

Onzekerheid is geen probleem dat moet worden opgelost. Ze is geen defect, maar een uitnodiging tot groei. Het tegendeel van onzekerheid is dan ook geen zekerheid, maar vertrouwen. Vertrouwen is het vermogen om onzekerheid te dragen. Door vertrouwen ontstaat ruimte – voor mildheid, voor verandering en, uiteindelijk, voor vrijheid.

Werken met Lojong

Lojong geeft een bedding, een kader – niet om je vast te zetten, maar om vrijer te worden in hoe je kijkt, leeft en omgaat met verandering en tegenslag. Wil je ontdekken hoe? Lees verder

Scroll naar boven