Uit je gewoonte

Vier boterhammen voor de lunch was jarenlang vaste prik. Maar met de jaren verandert je energiebehoefte. De wereld verandert en je verandert zelf ook — alleen blijven we vaak hetzelfde doen. Gewoonten die ooit goed werkten, werken op een zeker moment niet meer. Merk je dat ook op?‘

Train jezelf in de drie moeilijkheden’, luidt slogan 44 van Lojong. De eerste moeilijkheid is om te herkennen welk gedrag van jezelf niet werkt. Dat blijkt lastig, omdat we ons eigen gedrag zelden als niet werkend ervaren. Je voelt misschien wel dat die uithaal niet de beste zet was, maar het brein is zelden te beroerd om die alsnog te rechtvaardigen. En als het even kan, de verantwoordelijkheid bij de ander te leggen: ze vroeg erom, je kunt hem niet overal mee weg laten komen.

Wanneer je dit gedrag begint op te merken, dient de tweede moeilijkheid zich aan: het onderbreken. Het een keer anders doen dan je gewend bent. Dat is moeilijk omdat veel van onze gewoonten zo diep zijn ingesleten dat ze de vorm van een instinct hebben aangenomen. Ze dienen zich aan als iets lichamelijks, als een gevoel dat onmiddellijk om actie vraagt. Op het moment zelf lijkt het vrijwel onmogelijk om daar geen gehoor aan te geven. Het gaat te snel en voelt te dwingend.

Meditatie helpt. Je zit stil in een houding die je buiten meditatie vrijwel nooit aanneemt. En je spreekt met jezelf af om zo te blijven zitten, wat er ook gebeurt.

Al snel dient zich iets aan waar je normaal direct op reageert: een kriebel, ongemak, onrust, de neiging om te bewegen. Gewoonlijk volgt op zo’n impuls onmiddellijk actie. In meditatie doe je dat niet.

Eerst neemt de onrust toe. Het gevoel dat je iets móét doen wordt sterker. Maar als je blijft zitten, ontdek je iets onverwachts: ook sterke aandrang bereikt uiteindelijk een hoogtepunt en zakt daarna weer weg. En daarmee ontdek je dat urgentie niet hetzelfde is als noodzaak.

Die ontdekking maakt het in het dagelijks leven mogelijk om iets te vertragen op het moment dat je de neiging voelt om te reageren zoals je altijd reageert. En precies in die vertraging ontstaat ruimte.

Wat je dan moet doen, hoef je niet van tevoren te weten. Anders is vaak al voldoende. Als je gewoonte is om ergens bovenop te springen, uit te vallen of direct in de aanval te gaan, kun je niets doen. En als je gewoonte juist is om je terug te trekken of af te sluiten, kun je iets doen. Op het moment zelf, of later alsnog.

De derde moeilijkheid is om dat niet één keer te doen, maar steeds opnieuw. Eén keer onderbreken maakt een begin, maar als het daarbij blijft, keert de oude gewoonte snel terug. Door die patronen steeds weer te onderbreken ontstaat langzaam ruimte voor andere manieren van reageren.

Toch gaat deze derde moeilijkheid nog verder. Er staat niet dat je nieuwe, betere gewoonten moet ontwikkelen. Er wordt een wijder perspectief geschetst. Want ook gedrag dat nu passend is, kan op een ander moment weer tekortschieten. De wereld verandert en jij verandert mee. De diepste oefening is daarom misschien niet het ontwikkelen van betere gewoonten, maar het vermogen om ze los te laten wanneer de situatie daarom vraagt.

Helemaal zonder gewoonten kunnen we niet leven. Je moet er niet aan denken dat elke stap bewust gekozen zou moeten worden. ‘Gewoontenloos’ verwijst daarom eerder naar flexibiliteit: het vermogen om gewoonten te volgen wanneer dat passend is en ervan af te wijken wanneer dat nodig is. Soms is het passend om je uit te spreken, soms om een andere toon te kiezen, soms om te zwijgen. Vrijheid is niet dat je kunt doen wat je wilt, maar dat je niet steeds hoeft te doen wat je gewoon bent.

Scroll naar boven