Mediteren is een effectieve manier om je ervaring te onderzoeken. Niet de inhoud daarvan – die mooie gedachte of ongemakkelijke emotie – maar de ervaring zelf, van wat dan ook.
Zijn er kenmerken die elke ervaring met elkaar gemeen hebben?
Als je je aandacht richt op je ademhaling en daar zo dicht mogelijk bij blijft, kun je opmerken dat elk moment anders is dan het vorige en niet meer terugkomt. Wat je dan ziet, is dat de ervaring van je ademhaling vergankelijk is. Dat is niet voorbehouden aan je ademhaling – het is een kenmerk van elke ervaring.
Richt je vervolgens je aandacht op je lichaam – van kruin tot teen, je schouders, knieën, hoofd, romp, benen – dan merk je vast ergens spanning of ongemak op. Laat het er zijn. Wat gebeurt er als je ervan afziet het af te zetten tegen je idee van hoe het zou moeten zijn? Als je het niet hoeft te verbeteren of te fixen? Misschien voel je dan een beetje ontspanning. Het ongemak is er nog, maar het wordt draaglijker. Wat je waarneemt is dukkha – het ongemak dat ontstaat uit de kloof tussen wat er nu is en en je ideaalbeeld van hoe het nu zou moeten zijn. Ook dat is een kenmerk van elke ervaring.
En als je tenslotte je aandacht richt op je gedachten en emoties, zie je dat ze komen en gaan – buiten jouw controle om. Je hoort een geluid, een woord als ‘walnotensoep’, en voor je het weet verschijnen er gedachten: Bestaat dat? Wat is het recept? Misschien begint het water je zelfs in de mond te lopen. Wat je waarneemt is dat gedachten en emoties wel in jou verschijnen, maar niet van jou zijn. Ze ontstaan en verdwijnen zonder dat jij daarvoor kiest. Dit is wat ‘niet-zelf’ wordt genoemd – het derde kenmerk van elke ervaring.
Door te mediteren leer je steeds opnieuw dat elke ervaring vergankelijk is, afwijkt van je ideaalbeeld, en niet uitsluitend uit of door jou komt. En na verloop van tijd sijpelt dat door in je dagelijks leven.
Dan groeit het besef dat wat het ook is dat je ervaart – je het niet hoeft vast te houden, niet hoeft op te lossen, en niet hoeft toe te eigenen.
En wie weet, ontstaat er dan ruimte. Niet omdat er iets is opgelost, maar omdat je verzet verzacht. Ruimte voor rust. Voor vriendelijkheid – naar jezelf, naar wat er is. Voor wat opkomt en ook weer voorbijgaat. Ruimte voor walnotensoep.