Wanneer wordt iets een probleem?

Stel dat je voordeur niet meer goed sluit. Als de klusjesman eindelijk langskomt, ziet hij dat het scharnier vervangen moet worden. Daarvoor is speciaal gereedschap nodig dat alleen de fabrikant heeft. Hij gaat erachteraan, zegt hij, we nemen contact met je op. Dat is inmiddels alweer een week geleden. Moet je hem bellen, vraag je je af, is hij het vergeten? Wat is zijn nummer eigenlijk? En wat als de deur straks niet eens meer op slot kan?

Met de dag wordt het probleem groter. Zo ervaar je het tenminste. De situatie zelf verandert nauwelijks, maar je aandacht wel. En aandacht is niet neutraal. Door ergens aandacht aan te geven, krijgt het gewicht. En wat gewicht krijgt, trekt opnieuw aandacht. Zo kan er een kringloop ontstaan waarin het ene het andere versterkt. Hoe langer je daarin rondgaat, hoe minder ruimte er overblijft voor andere dingen. In je beleving wordt het probleem steeds groter. Niet omdat het groter wordt, maar omdat je perspectief zich vernauwt.

Problemen worden groot op de drempel: iets is niet meer zoals het was, en het nieuwe is er nog niet. Er is een moment van niet-weten, waarin nog niet vastligt wat er gaat gebeuren. Maar in plaats van daar te blijven, trek je het naar je toe. Je probeert het te begrijpen, vooruit te denken, controle te krijgen. En juist daardoor wordt de ruimte kleiner.

Als dat zo is, werkt het ook de andere kant op. Wanneer je blik weer ruimte krijgt, verandert er iets. Niet doordat de situatie anders wordt, maar doordat ze niet meer alles vult.

Dat roept een lastige vraag op. Is het mogelijk om iets heel erg te vinden en er toch niet de hele tijd mee bezig te zijn? Vaak blijven we ergens op terugkomen omdat we bang zijn iets te missen, of omdat we denken dat het onverschillig is om het los te laten. Alsof aandacht een vorm van zorg is en afleiding een vorm van afwijzing.

Misschien zit daar de oefening. Niet in het wegduwen van wat belangrijk is, maar in het niet volledig samenvallen met dat ene punt waar je aandacht steeds weer naartoe getrokken wordt. Juist in die tussenfase — waarin iets nog niet opgelost is en je (nog) niets kunt doen — krijgt die neiging alle ruimte. Daar versmalt je blik het gemakkelijkst.

Kun je dat zien? Zien dat je aandacht zich vernauwt. Zien dat het probleem zich niet zozeer uitbreidt, maar dat je aandacht zich steeds meer op hetzelfde concentreert. En dan de vraag stellen: wat is er nog meer?

Niet als afleiding, maar als opening.

Het scharnier wacht nog steeds op reparatie. Maar het probleem wordt kleiner.

Scroll naar boven